Risicoanalyse en beleid voor informatiebeveiliging
Vaststellen welke risico's je loopt en welk beleid daarbij hoort. Dit is de basis waar alle andere maatregelen uit volgen.
NIS2 & Cyberbeveiligingswet
De zorgplicht is de kern van NIS2. Hij verplicht je om je eigen risico’s in kaart te brengen en er passende maatregelen tegen te nemen — verdeeld over tien onderwerpen die de richtlijn met zoveel woorden noemt. Via de Cyberbeveiligingswet geldt die plicht in Nederland sinds 15 augustus 2026.
Artikel 21 van NIS2 verplicht organisaties tot “passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen” om de risico’s voor hun netwerk- en informatiesystemen te beheersen, en om de gevolgen van incidenten te beperken.
In die formulering zitten twee dingen die in de praktijk het verschil maken. Ten eerste: je bepaalt zelf wat passend is. Er staat geen lijst met verplichte producten of instellingen in de wet. Wat passend is, volgt uit jouw risicoanalyse, de stand van de techniek, de kosten en de omvang van je organisatie. Een softwarebedrijf van veertig man krijgt een ander pakket maatregelen dan een netbeheerder.
Ten tweede: het is een resultaatsverplichting met bewijslast. Je moet niet alleen maatregelen nemen, je moet ook kunnen laten zien dát je ze genomen hebt en dat je hebt nagedacht over waarom juist deze. Een toezichthouder die langskomt vraagt naar je risicoanalyse, je beleid en je registraties — niet naar je firewall.
De richtlijn hanteert een all-hazards-benadering: je kijkt niet alleen naar hackers, maar ook naar stroomuitval, brand, diefstal, menselijke fouten en uitval van leveranciers. Alles wat je dienstverlening kan verstoren, hoort in de analyse.
Deze pagina beschrijft de eisen uit de Europese richtlijn, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Cyberbeveiligingswet (van kracht sinds 15 augustus 2026). Die wet bepaalt wie eronder valt en welke toezichthouder waarover gaat. Laat je scope altijd toetsen op je eigen situatie — dit is voorlichting, geen juridisch advies.
Dit is de lijst die de richtlijn als minimum voorschrijft. Per onderwerp staat hieronder wat het betekent en wat er in de praktijk van je verwacht wordt.
Vaststellen welke risico's je loopt en welk beleid daarbij hoort. Dit is de basis waar alle andere maatregelen uit volgen.
Een werkend proces om beveiligingsincidenten te detecteren, beoordelen, oplossen en registreren.
Back-upbeheer, herstel na calamiteiten en crisisbeheer, zodat je dienstverlening door kan na een verstoring.
De beveiliging van je directe leveranciers en dienstverleners beoordelen en meenemen in je eigen risicobeheer.
Beveiliging bij het verwerven, ontwikkelen en onderhouden van systemen, inclusief het omgaan met kwetsbaarheden.
Beleid en procedures om de effectiviteit van je beveiligingsmaatregelen te meten.
Basispraktijken voor cyberhygiëne en beveiligingsbewustzijnstraining voor je medewerkers.
Beleid over het gebruik van cryptografie en, waar passend, versleuteling.
Beveiligingsaspecten rond personeel, toegangsbeleid en het beheer van bedrijfsmiddelen.
Waar passend: multifactorauthenticatie, beveiligde spraak-, video- en tekstcommunicatie, en beveiligde noodcommunicatie.
De vraag die iedereen stelt en die de wet bewust niet beantwoordt. Er is wel een bruikbare toets.
De richtlijn zegt dat je maatregelen in verhouding moeten staan tot vier dingen: de risico’s waaraan je blootstaat, de stand van de techniek, de kosten van de maatregel, en de omvang en het risicoprofiel van je organisatie. Dat betekent dat je een dure maatregel mag afwijzen als het risico klein is — mits je die afweging vastlegt.
Precies daar zit het praktische antwoord: het verschil tussen “te weinig” en “genoeg” is meestal niet de maatregel zelf, maar de vastgelegde afweging erachter. Twee bedrijven met identieke beveiliging kunnen verschillend beoordeeld worden, puur omdat de één kan uitleggen waarom hij deze keuzes maakte en de ander niet.
Wat vrijwel altijd te weinig is: geen risicoanalyse hebben, geen incidentprocedure hebben, en niets vastgelegd hebben over leveranciers. Dat zijn de drie waar toezichthouders en klantvragenlijsten als eerste naar kijken.
Er bestaat geen NIS2-certificaat, maar de tien onderwerpen hierboven overlappen sterk met wat een ISO 27001-managementsysteem toch al van je vraagt.
De aantrekkelijke route voor het MKB is daarom meestal niet “NIS2 apart inrichten”, maar één managementsysteem neerzetten dat beide bedient: de risicoanalyse, het beleid, het incidentproces, het leveranciersregister en het bewijs zijn dan één keer werk in plaats van twee keer. Wat je apart moet regelen zijn de meldtermijnen, de registratieplicht en het bepalen van je scope — die staan niet in de norm.
Alle tien onderwerpen moeten je aandacht krijgen, maar de invulling is afhankelijk van je risico en omvang. Je mag een maatregel licht invullen of gemotiveerd afwijzen, mits je die afweging vastlegt. Wat niet kan, is een onderwerp helemaal overslaan zonder erover nagedacht te hebben.
De richtlijn noemt vier factoren: de risico's waaraan je blootstaat, de stand van de techniek, de kosten van de maatregel, en de omvang en het risicoprofiel van je organisatie. In de praktijk is het verschil tussen te weinig en genoeg meestal niet de maatregel zelf, maar de vastgelegde afweging erachter.
Je blijft zelf verantwoordelijk voor de beveiliging van je dienstverlening, ook als je die deels uitbesteedt. Ketenbeveiliging is een expliciete maatregel: je beoordeelt de beveiliging van je leveranciers en legt afspraken vast. Je mag erop vertrouwen dat een leverancier zijn werk doet, maar je moet kunnen laten zien dat je dat vertrouwen hebt onderbouwd.
De richtlijn noemt geen vaste frequentie. Gebruikelijk en verdedigbaar is minimaal jaarlijks, en daarnaast bij belangrijke wijzigingen: een nieuw systeem, een nieuwe leverancier, een reorganisatie of een incident. Leg de gekozen frequentie vast, dan is hij toetsbaar.
Het grootste deel wel. De risicoanalyse, het beleid, het incidentproces, ketenbeveiliging, continuïteit, toegangsbeheer en bewustwording zitten allemaal in de norm. Wat ISO 27001 niet regelt zijn de meldtermijnen, de registratieplicht en het bepalen van je NIS2-scope — die blijven apart werk.
De NIS2-check loopt de tien onderwerpen langs en laat zien waar je staat.