Vroegtijdige waarschuwing
Een kort eerste signaal aan het CSIRT voor jouw sector en aan de bevoegde autoriteit dat er iets significants speelt. Dit is nadrukkelijk geen volledig rapport.
NIS2 & Cyberbeveiligingswet
Bij een significant incident moet je binnen 24 uur een eerste waarschuwing sturen, binnen 72 uur een volwaardige melding en binnen een maand een eindverslag. De klok start zodra je van het incident kennisneemt — niet zodra je het hebt opgelost. Deze verplichting geldt sinds 15 augustus 2026, met de Cyberbeveiligingswet.
Niet elk incident is meldplichtig. De richtlijn spreekt van een significant incident, en geeft daar twee criteria voor. Eén ervan is genoeg.
Let op het woord “kan”. Je hoeft niet te wachten tot de schade vaststaat; een reële mogelijkheid is voldoende. Dat is bewust zo geformuleerd, omdat je 24 uur na ontdekking zelden al weet hoe erg het is.
Dat betekent in de praktijk dat je bij twijfel de eerste waarschuwing stuurt. Een melding die achteraf overbodig blijkt kost je niets; een gemiste melding wel.
Naast deze algemene criteria kunnen per sector nadere drempelwaarden zijn vastgesteld bij ministeriële regeling. Zoek uit wat er voor jouw sector geldt en verwerk die drempel in je eigen beoordelingschecklist, zodat je die afweging niet tijdens een incident hoeft te maken.
Een kort eerste signaal aan het CSIRT voor jouw sector en aan de bevoegde autoriteit dat er iets significants speelt. Dit is nadrukkelijk geen volledig rapport.
De volwaardige melding. Hierin actualiseer je de eerste waarschuwing met wat je inmiddels weet.
Alleen als de bevoegde instantie of het CSIRT erom vraagt. Bedoeld om tussentijds bij te praten over de status.
Het afsluitende rapport waarin je terugkijkt op het incident en wat je eraan gedaan hebt.
Loopt het incident na een maand nog? Dan stuur je een voortgangsverslag en volgt het eindverslag binnen een maand nadat het incident is afgehandeld.
De meldplicht loopt niet alleen richting de toezichthouder.
Waar dat passend is, moet je ook de afnemers van je dienst informeren over een significant incident dat hun dienstverlening kan raken — en over de maatregelen of tegenmaatregelen die zij zelf kunnen nemen. Bij een significante cyberdreiging die je opmerkt geldt hetzelfde: je vertelt je klanten wat zij kunnen doen om zich te beschermen.
Onderschat dit onderdeel niet. Voor de meeste MKB-organisaties is dit het lastigste deel van de meldplicht, omdat het communicatie onder tijdsdruk vraagt naar precies de partij die je liever niet ongerust maakt. Een vooraf geschreven klantcommunicatie-sjabloon scheelt hier meer dan welke technische maatregel ook.
Ze lijken op elkaar, maar het zijn twee losse verplichtingen met een eigen trigger, een eigen loket en een eigen termijn.
Trigger: significant incident in je netwerk- en informatiesystemen — ook zonder dat er persoonsgegevens bij betrokken zijn.
Termijn: 24 uur waarschuwing, 72 uur melding, één maand eindverslag.
Trigger: inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens met risico voor betrokkenen — ook zonder dat je dienstverlening verstoord is.
Termijn: 72 uur aan de Autoriteit Persoonsgegevens.
Eén ransomware-aanval kan beide verplichtingen tegelijk triggeren. Regel daarom één incidentprocedure die aan het begin twee vragen stelt: raakt dit onze dienstverlening, en zitten hier persoonsgegevens in? Op basis daarvan lopen de twee sporen parallel, met hun eigen klok.
Binnen 24 uur melden lukt alleen als het meeste werk al gedaan is voordat er iets misgaat.
Bij het CSIRT voor jouw sector én bij de bevoegde autoriteit. Onder de Cyberbeveiligingswet, die sinds 15 augustus 2026 geldt, is het NCSC het landelijke CSIRT; voor sommige sectoren is een eigen sector-CSIRT aangewezen. Zoek vooraf uit welk loket voor jou geldt en hoe je daar buiten kantooruren binnenkomt — dat wil je niet uitzoeken terwijl de klok van 24 uur loopt.
Mogelijk wel. De algemene criteria voor een significant incident staan in de wet, maar per sector kunnen bij ministeriële regeling nadere drempelwaarden zijn vastgesteld. Controleer wat er voor jouw sector geldt en verwerk die drempel in je eigen beoordelingschecklist, zodat de afweging niet per incident opnieuw gemaakt hoeft te worden.
Vanaf het moment dat je kennisneemt van het significante incident — niet vanaf het moment dat het incident begon en ook niet vanaf het moment dat je het hebt opgelost. Leg daarom vast wanneer een melding of waarneming binnenkwam; dat tijdstip bepaalt je klok.
Dat is de normale situatie en de regeling houdt daar rekening mee. De vroegtijdige waarschuwing is expliciet bedoeld als kort signaal, niet als rapport. Je meldt dat er iets speelt en wat je vermoedt; de inhoudelijke beoordeling volgt in de melding van 72 uur.
Nee, alleen significante incidenten. Dat zijn incidenten die een ernstige verstoring van je dienstverlening of financiële verliezen veroorzaken of kunnen veroorzaken, of die anderen aanzienlijke materiële of immateriële schade toebrengen of kunnen toebrengen. Bij twijfel is melden verstandiger: een overbodige melding kost je niets, een gemiste wel.
Nee. Het zijn twee losse verplichtingen met een eigen trigger, een eigen loket en een eigen termijn. Een NIS2-melding gaat over verstoring van je netwerk- en informatiesystemen, een AVG-melding over persoonsgegevens. Eén incident kan beide tegelijk triggeren, dus richt je incidentprocedure zo in dat je beide sporen parallel start.
Waar dat passend is wel. Je informeert afnemers over een significant incident dat hun dienstverlening kan schaden, en over de maatregelen die zij zelf kunnen nemen. Bij een significante cyberdreiging geldt hetzelfde. Voor de meeste organisaties is dit het lastigste deel, omdat het communicatie onder tijdsdruk vraagt — een sjabloon vooraf scheelt veel.
Dan stuur je op dat moment een voortgangsverslag in plaats van een eindverslag. Het eindverslag volgt binnen een maand nadat het incident daadwerkelijk is afgehandeld.
We richten de procedure, de rollen en de meldsjablonen in — en oefenen ze een keer met je team.